Rotterdamse Bentinckplein meest vervuild – Uitvoering stikstofdossier verzuipt in willekeur, gedragen politiek akkoord nodig – Foodlog

Minister Christianne van der Wal publiceerde twee lijsten met de 100 grootste stikstofuitstoters in Nederland. Eentje voor boerenstikstof (ammoniak, NH3) en eentje voor stikstof die met verbrandingsmotoren en industriële productie samenhangt. Die tweede groep noemen we met een verzamelnaam stikstofoxiden (NOx) en bestaat uit stikstofmonoxide (NO) plus stikstofdioxide (NO2).

Kamerlid Laura Bromet vroeg om de twee lijsten. Haar vraag was bedoeld om de ergste uitstoters op te sporen. Vermoedelijk met het doel hen aan te pakken door hun activiteiten gedwongen te laten staken. De lijsten laten zien dat het zo niet werkt.

Stikstofvervuiling is een probleem dat niet door het aanpakken van een paar duidelijk aanwijsbare bronnen valt op te lossen. De stikstofdeken boven Nederland wordt namelijk veroorzaakt door een veelheid van bedrijven en, zeker niet in de minste plaats, ook door burgers en hun wegverkeer.

Twee toplijsten goed voor slechts klein deel uitstoot
Het heeft dan ook geen zin om de belangrijkste vervuilers op te sporen. De minister wil de bouw voor burgers en bedrijven kunnen hervatten door stikstofruimte te maken door zogenaamde piekbelasters, boeren en wellicht een paar grote bedrijven, te laten stoppen. De lijsten met de topvervuilers laten zien dat dat niet kan, omdat hun individuele bijdrage aan de uitstoot zelfs niet in de buurt komt van een significant aandeel in de emissies.

Ik was dan ook verbaasd over de publicatie van de lijsten die de Minister voor Stikstof en Natuur vorige week produceerde. Zonder context zijn ze zinloos. Aangevuld met die context laten ze zien dat stikstofvervuiling een probleem is dat we samen maken en dus ook samen moeten oplossen. Deze tekst geeft die context.

De totale bijdrage van de top-100 bedrijven aan de NOx-uitstoot is 20,4%. Dat is flink, maar valt bijvoorbeeld in het niet bij de 58% van het wegverkeer

Bij elkaar opgeteld zijn de top-100 NH3-uitstotende bedrijven goed voor 3,69 kiloton. De totale ammoniakemissie in Nederland bedraagt anno 2022 124 kiloton (op basis van cijfers van de officiële Emissieregistratie). De grootste industriële vervuilers dragen 0,76% bij aan de totale stikstofdeken uit NH3 die Nederland uitstoot. De meest vervuilende boeren van de top-100 zijn opgeteld goed voor 2,21%. De eerste plaats op de lijst is voor kunstmestproducent Yara, met een bijdrage van 0,21% aan het landelijke totaal, de vervuilendste boer draagt daaraan 0,08% bij. In tegenstelling tot wat Bromet lijkt te denken, betekent het dat geen van de bedrijven in de top-100 individueel een grote invloed heeft op de atmosferische concentratie waaruit de depositie afkomstig is.


Toch liggen de ‘piekbelasters’ in pers en politiek zwaar onder vuur. Dat geldt voor boeren én voor industriële vervuilers. Met name Tata Steel en Schiphol, die respectievelijk verantwoordelijk zijn voor 2,9 en 1,8% van de totale Nederlandse NOx-emissies, moeten het ontgelden. Cumulatief dragen alle top-100 bedrijven op de NOx-lijst 20,4% bij aan de totale emissies. Dat is flink, maar valt in het niet bij de 58% die het verkeer produceert.

Bentinckplein in Rotterdam meest vervuild
Onderstaande grafiek laat de serieuze bijdrage van het verkeer zien. De curves laten de atmosferische concentratie gedurende het jaar 2017 zien voor alle stations waar industriële en door vervoer veroorzaakte stikstof (NO2) gemeten werd. Het beeld is in lijn met dat van andere jaren. De groene lijn met de hoogste stikstofconcentraties door het hele jaar heen wijst niet naar Tata Steel of Schiphol maar naar een stedelijke verkeersader, het Bentinckplein in hartje Rotterdam.
De laagste waarden worden jaarlijks gemeten in station Kollumerwaard in het noorden van Friesland waar van verkeer nauwelijks sprake is. Ze worden weergegeven in de onderste, grijze lijn.


De grafiek hieronder laat zien dat metingen in het landelijke gebied (volgens de data die afkomstig zijn van de 8 locaties waar ook NH3 wordt gemeten) en stedelijke agglomeraties fors verschillen. Uitgedrukt in molen stikstof per m3 verschillen in het landelijk gebied de concentraties NH3 en NOx nauwelijks. De curve voor NH3 stopt helaas in 2014. Door sluiting van meetstations en incomplete meetreeksen, kon sindsdien geen betrouwbaar gemiddelde meer worden bepaald.
gerrits april 2022 1

Om het beeld compleet te maken laat de grafiek hieronder zien in hoeverre Tata-steel en Schiphol de atmosferische concentratie van NO2 in het landelijke gebied beïnvloeden. Er is geen zichtbaar effect volgens de officiële statistieken.

De meetstations met de codes 444 (De Zilk), 538 (Wieringen) en 633 (Zegveld) liggen respectievelijk ten zuiden, ten noorden en ten oosten van Tata Steel. Vanaf 2004 is er weinig verschil van deze stations met het gemiddelde in het landelijke gebied. Ook mogelijke effecten van de uitstoot van Schiphol blijven onzichtbaar in de op enige afstand gelegen stations De Zilk en Zegveld.

De afgebeelde curves zijn het resultaat van het rekenkundig gemiddelde. Bij berekening van de mediane gemiddelden worden de curves iets gladder. In 1997 en 2003 treden simultaan in elk meetstation hoge jaargemiddelden op; dat wijst op weersinvloeden in plaats van toename in emissies. De curves voor Wijk aan Zee (wijk) en IJmuiden (ijm) zijn toegevoegd omdat deze stations onder de rook van Tata Steel liggen. Bedenk wel dat Tata niet de enige bron van emissie is in het havengebied, de curves vallen binnen de range van de stedelijke gebieden.

Screenshot 2022 04 10 at 22.58.30

In hoeverre Tata en Schiphol bijdragen aan de officieel berekende atmosferische concentratie op laag niveau (4 meter) blijft een vraagteken. Volgens een nieuw (berekend!) model in opdracht van MOB, de organisatie van stikstofstrijder Johan Vollenbroek, zou die invloed er wel zijn. Het model is echter een experiment; er bestaat geen consensus over. In tegenstelling tot Vollenbroek, vindt het RIVM de invloed van Tata op de Nederlandse natuur verwaarloosbaar. Vanwege de geringe bijdrage (2,92%) aan de totale emissie is dat een plausibel oordeel.

Versneld miljoenen auto’s van de weg?
De minister heeft op verzoek van Kamerlid Bromet een dubbele top-100 de wereld ingeslingerd. Binnen hun context, tonen de twee lijsten vooral aan hoe breed het stikstofvraagstuk in de samenleving is verspreid. Zowel onder boeren, als onder de industrie en ook nog eens onder gewone automobiele burgers en logistieke bedrijvigheid op de weg.

Uiteraard wil ik met deze conclusies uit de beide toppen-100 duidelijk maken dat het afwentelen van het stikstofvraagstuk op individuele boeren een hoge mate van politieke willekeur in zich draagt

Volgens RIVM-meetdata en de officieel berekende statistieken bepaalde transport in 2020 ongeveer 58% van de NOx-vervuiling in ons land. Van vervuiling die via de uitlaat laag bij de grond wordt uitgestoten, mag worden aangenomen dat die in de buurt neerslaat en niet overwaait naar het buitenland. Dat zou dan ook betekenen dat een belangrijke klapper gemaakt kan worden door bijvoorbeeld de helft van de ruim 8,1 miljoen niet-elektrische auto’s in ons land op zo kort mogelijke termijn uit de roulatie te halen. Dat is een maatregel die het kabinet zou kunnen overwegen, als het ook boeren die geen van allen individueel top-uitstoter zijn toch ‘woest aantrekkelijk’ dan wel ‘gedwongen’ wil uitkopen om te kunnen bouwen.

Hoe houd je met goed fatsoen de snelwegen open?
Ervan uitgaande dat laag bij de grond uitgestoten stikstof die dicht bij een natuurgebied vrijkomt extra schadelijk is, kan de overheid ook overwegen snelwegen die op minder dan 25 kilometer van een beschermd Natura2000-gebied liggen te sluiten. Iedere auto en vrachtwagen draagt daar immers onvermijdelijk zijn steentje bij aan het belagen van de Nederlandse natuur. Aangezien het gaat om 25 kilometer aan weerszijden en er binnen een straal van 50 kilometer altijd wel ergens natuur langs een snelweg ligt, gaat dat ongetwijfeld leiden tot protesten van vervoersorganisaties en burgers die voortaan allemaal met het spoor moeten. Het zou tot opstand leiden. Natuurlijk kun je ook de ene week de ene helft van het wagenpark verbieden te rijden en de andere helft de andere. Maar ook dat zou tot heftig protest leiden omdat het een inbreuk op verworven vrijheden en al heel lang geleden toegestaan ondernemerschap is. Wie dat snapt, snapt ook waarom boeren inmiddels weer bereid tot opstand zijn.

Met deze conclusies uit de beide toppen-100 wil ik duidelijk maken dat het afwentelen van het stikstofvraagstuk op individuele boeren een hoge mate van politieke willekeur in zich draagt.

Dat moet beter en anders. Maar hoe? Het dossier zit muurvast nu ook nog eens blijkt dat het verbieden van fossiele auto’s net zo effectief is als het uitkopen van groepen boeren.

Bepaal via een politiek akkoord hoeveel voor de natuur schadelijke stikstof ons land wil uitstoten en voor welke economische en consumptieve activiteiten we die uitstoot willen reserveren

Simpel
Dat laatste moet minister Van der Wal zich realiseren nu de messen tussen boeren, Haagse overheid en provincies weer geslepen worden. De boeren voelen willekeur en hebben ook volgens het RIVM al heel veel aan stikstofreductie gedaan. De provincies zitten straks met de uitvoering en beginnen zich achter de oren te krabben hoe ze met de willekeur die op hen afkomt om moeten gaan. Zij moeten immers beslissen wie straks gedwongen uitgekocht moet worden, maar beginnen te ontdekken dat ze een onmogelijk Salomonsoordeel moeten vellen.

Zo kan het natuurlijk niet verder. Hoe kan het beter? Dat is misschien wel veel simpeler dan iedereen denkt. Bepaal via een politiek akkoord hoeveel voor de natuur schadelijke stikstof ons land wil uitstoten en voor welke economische en consumptieve activiteiten we die uitstoot willen reserveren. Maak een nette financiële regeling met degenen die vanuit het verleden van onze samenleving iets doen dat we nu niet meer willen en maak duidelijk dat het akkoord vooral een wilskwestie is. Meet het effect op de instandshoudingsdoelen voor de natuur zorgvuldig en verlaag of verhoog de uitstootvolumes als dat moet of blijkt te kunnen. Wie meer wil uitstoten moet de rechten van een ander kopen en zal dat niet doen als die te duur zijn om commercieel te exploiteren. Zo simpel kan het zijn, als dat is wat we willen.

We want to thank the writer of this article for this outstanding content

Rotterdamse Bentinckplein meest vervuild – Uitvoering stikstofdossier verzuipt in willekeur, gedragen politiek akkoord nodig – Foodlog

Travors