Uitgebreide reportage over het stikstofdrama van Averbode – Zelf geplante eiken oorzaak einde oude Vlaamse boerderij-abdij? – Foodlog

Voor Nathalie Buntinx en haar man Niels Froyen ging een droom in vervulling toen ze op de boerderij van de abdij van Averbode mochten komen werken: “Ik ben niet van boerenafkomst, Niels hielp thuis mee aan de zoogkoeien. Als je niet van thuis een boerderij kan overnemen, dan is het onbegonnen werk om van nul zo’n bedrijf te starten. Niels werkte als agrobedrijfshulp (dat zijn mensen die boerderijen tijdelijk doen draaien als een landbouwer even op vakantie wil of buiten strijd is, nvdr) en ik was verpleegster. Via via kwam de abt bij ons uit om de boerderij te leiden.”

Begin april al viel de brief van de Vlaamse Landmaatschappij in de bus. “Op basis van de elementen aangenomen in het stikstofakkoord blijkt dat uw exploitatie behoort tot de piekbelasters”, klinkt het. De paters waren toen in volle voorbereiding op de Goede Week, maar nadien bracht abt Marc Fierens zijn verhaal in alle media. “Wij zijn 120 procent voor een goede natuur, we zijn hier altijd nauw met de natuur verbonden geweest. De voorbije jaren hebben we samen met de VLM, Natuur en Bos en Natuurpunt veel maatregelen genomen voor een goeie instandhouding van de natuur en om de historische landschappen met heide en veen hier rond de abdij te herstellen. Het was voor ons onthutsend en choquerend om dan koudweg via de telefoon en een bijna anonieme brief zonder veel informatie te vernemen dat onze boerderij dicht moet nadat wij in 2015 met alle instanties hebben samengezeten om een nieuwe vergunning te krijgen.”

De voorbije jaren hebben we samen met de VLM, Natuur en Bos en Natuurpunt veel maatregelen genomen voor een goeie instandhouding van de natuur en om de historische landschappen met heide en veen hier rond de abdij te herstellen

900 jaar geschiedenis
Averbode is een abdij van de Orde van de Premonstratenzers, beter bekend als de norbertijnen of de witheren naar hun karakteristieke witte habijt. De stichting op last van Arnold II, Graaf van Loon, dateert van 1134. De abdij is daarmee twee jaar ouder dan de klimmende Vlaamse leeuw die Filips van den Elzas meebracht van op de kruistochten. Met het historische Vlaanderen had de abdij trouwens weinig. Ze ligt op heuvelrug tussen Langdorp en Tessenderlo die eeuwenlang de grens vormde tussen het Graafschap Loon en later het Prinsbisdom Luik en het Hertogdom Brabant, twee regionale machten met een lange geschiedenis van vijandigheden waarbij de abdij dikwijls het slachtoffer werd van plunderingen. De norbertijnen verwierven systematisch nieuwe gronden om te ontginnen voor land- en bosbouw. Op het “Averbodium”, een kaart van midden de 17de eeuw, valt op dat het landschap toen voornamelijk bestond uit loofbossen onmiddellijk rondom de abdij; en uit heide- en vennenlandschappen in een volgende cirkel.

“Het is belangrijk om te begrijpen dat de heide en de vennengebieden geen natuurlijke, maar cultuurhistorische landschappen zijn”, zegt abt Fierens, “de moerassen werden ontveend om het water in gebruik te nemen als visvijvers. Wij mochten vroeger maar een kwart van het jaar vlees eten om religieuze redenen, dus de kweek van zoetwatervissen was voor ons heel belangrijk. De heide werd overdag begraasd door schapen en de plaggen gingen als bedding naar de potstallen waar de dieren overnachtten om nadien op de akkers gebracht te worden.”

Na de Franse revolutie raakte de abdij haar landerijen kwijt en werd het gebied door de adellijke familie de Merode ontwikkeld als productiebos vol Corsicaanse dennen en Amerikaanse eiken op kaarsrechte lijnen. Het hout verdween in de Limburgse mijnen en de Kempische steenbakkerijen. In 2004 werden 1500 hectare van het domein de Merode voor 22 miljoen euro verkocht aan de VLM en daarmee dus aan de Vlaams overheid.

Charter de Merode
In een charter verbonden alle betrokken overheden en Natuurpunt er zich toe om het gebied als één geheel te gaan beheren. Chris Steenwegen, vandaag parlementslid voor Groen, maar destijds kabinetschef van de groene ministers Dua en Tavernier, kent het project goed: “het was een unieke kans om zo’n groot gebied ineens te kunnen aankopen. In zo’n groot gebied kunnen de natuurlijke dynamieken die anders door versnippering verloren gaan hun gang gaan. Door de gronden naderhand door te verkopen aan verschillende andere overheden, Kempisch Landschap en Natuurpunt, werden middelen vrijgemaakt om er een Vlaamse grondenbank mee op te starten. Zo’n grondenbank is nuttig om gronden uit te ruilen waardoor je beter aaneengesloten gehelen natuur maar ook landbouw krijgt. De Abdij was toen één van de partners die het project volop steunden.”

Vanaf 2008 gaan grootschalige natuurherstelwerken van start om de historische heide en vennen en de inheemse loofbossen te herstellen. Door te plaggen met graafmachines wordt er plaats gemaakt om grote oppervlaktes heide te ontwikkelen. Van een leien dakje loopt dat niet. De burgerbeweging “Bosvrienden” organiseert betogingen en petities tegen de “kaalkap” en de “woestijnvlakte” die er in de naam van de natuurdoelen wordt geschapen.

Het project kreeg veel tegenkantingen, maar het resultaat mag gezien worden. In een brochure van Natuurpunt klinkt het dat de vegetatie zich verrassend snel herstelt: “Overal kiemen struikheideplantjes op de geplagde plekken. Liggende vleugeltjesbloem, stekelbrem en tormentil vinden hun weg in het vochtige heidelandschap. Veelstengelige waterbies, moerashertshooi en knolrus duiken op in de ondiepe kanten van de voedselarme wateren. Fraai hertshooi en mannetjesereprijs vinden hun gading in de overgangen naar het bos. Al enkele jaren zijn meerdere broedgevallen genoteerd van Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Boompieper. Deze vogelsoorten zijn typisch voor een gevarieerd landschap met bos, heide en grasland en reageerden direct op de landschapswijzigingen.”

Oud eikenbos
Terwijl de nieuwe natuur floreert, is het de oude natuur die de paters de das dreigt om te doen. Op Twitter viseert stikstofexpert David De Pue van het ILVO het oude eiken-berkenbos naast de melkveestal. ANB-woordvoerder Jeroen Denaeghel bevestigt dat het gaat om een overschrijding van de kritische depositiewaardes van de actuele habitat 9120 en de zoekzone 9190. Die codes staan voor oude Eiken-Berkenbossen op zeer voedselarm zand (9190) en Eiken-Beukenbossen op zure bodems (9120). Karakteristieke soorten zijn Lelietje-van-dalen, Dalkruid, Adelaarsvaren, Blauwe bosbes of Valse salie. Opvallend genoeg meldt de Natura2000-website dat het habitattype 9190 zich natuurlijk ontwikkelt tot 9120 door “rijping” van de bodem. In Averbode wil de overheid het blijkbaar graag andersom doen.

“150 jaar geleden werden er rond de abdij eiken geplant voor houtproductie”, zegt abt Fierens, “ze staan bovendien grotendeels op gronden die in onze eigendom zijn.” Ook in Maldegem betekent een oud abdijbos de doodsteek voor het varkens- en paardenbedrijf van vijftigers Luc en Kathleen Huyghe. Open VLD’er Bart Van Hulle was burgemeester van de Oost-Vlaamse gemeente en kent de situatie goed: “Mijn familie kweekt al zeven generaties bomen in Maldegem, wij hebben onszelf als boomkwekers altijd als lid van de boerengemeenschap gezien. Net zoals in Averbode werden er door de paters van de abdij van Drongen bomen geplant, vandaag is dat Drongengoedbos. Het voelt enorm wrang dat door ons ‘werk’ nu een ander levenswerk moet verdwijnen.”

De rationale argumenten voor het bedrijfsplan
Het doet de vragen rijzen over hoe doordacht het aanwijzen van de habitat-gebieden is gebeurd en of er wel vooraf is stilgestaan bij de gevolgen voor de aanpalende bedrijven. De regering Dewael gaf tussen 2002 en 2004 de natura2000-gebieden door aan de Europese Commissie. In 2014 vulde de regering Bourgeois de Europese instandhoudingsdoelstellingen (IHD) in met de zoekzones (plekken waar nog natuur moet gerealiseerd worden) en de doelarealen. Zo moest er bijvoorbeeld 40.000 hectare extra bos komen en 4000 hectare heide. De ambities formuleren ging bijzonder vlot, maar De Standaard reconstrueerde hoe “kwestiewerkgroepen” met onder andere het Agentschap Natuur en Bos, Natuurpunt en de boerenorganisaties en VOKA botsten over de concrete invulling . Het is uiteindelijk met computermodellen dat de fameuze rode lijst wordt samengesteld en er met de zoekzones wordt geschoven. Voor de Europese bescherming hadden natuurprojecten nooit impact gehad op de bedrijvigheid daarbuiten.

Opvallend genoeg is het de N-VA die in het parlement de charge voert tegen Averbode. Nadat eerder een ongefundeerd verslag over een illegale slachtvloer werd gelekt, beschuldigde fractieleider Wilfried Van Daele de paters van illegale bomenkap. Nochtans zijn de koeien van de norbertijnen landbouwkundig erfgoed die met hun rol in het drieslagstelsel een plekje op de Vlaamse canon verdienen.

De boerderij van Averbode had toen 30 Holstein-melkkoeien en een hele hoop zoogkoeien met hun gevolg. De akkerbouwtak was verlieslatend. Ze bewerkten ruim honderd hectare, meer dan genoeg grond dus, maar ze realiseerden hun economisch potentieel niet

“Het waren de abdijen rond de middeleeuwse Vlaamse en Brabantse steden die de braak van het drieslagstelsel begonnen te vervangen door de grasklaver waar koeien graasden. Doordat de klavers stikstof in de bodem fixeerden kon nadien zomertarwe gezaaid worden met een hoger eiwitgehalte. Als laatste teelt was er wintergerst die veel minder stikstof nodig had”, zegt melkvee-expert Wim Govaerts, “De koeien graasden op de grasklavers en van hun melk werd abdijkaas gemaakt. Van de zomertarwe werd abdijbrood gebakken en van de gerst werd abdijbier gebrouwen. Bier, kaas en brood, de poten van het drieslagstelsel en de trots van de abdijen.”

De Engelse agronoom Richard Weston schreef er in de 17de eeuw een boek over dat de basis zou leggen voor de landbouwrevolutie over het Kanaal: “A Discours of Husbandrie used in Brabant and Flanders: shewing the wonderful Improvement of Land there; and serving as a Pattern for our Practice in this Common-Wealth…” De abt zelf benadrukt het in alle gesprekken: de abdij heeft in 2015 opnieuw haar historische rol willen spelen om landbouw en natuur te verzoenen door een moderne stal te bouwen waar duurzaamheid en diercomfort centraal staan.

Govaerts begeleidde de abdij ruim tien jaar geleden in haar zoektocht naar een nieuw bedrijfsmodel. Hij trof er een bedrijf met rode cijfers dat qua arbeidsorganisatie en ergonomie voor de boer hopeloos achterhaald was. “De boerderij van Averbode had toen 30 Holstein-melkkoeien en een hele hoop zoogkoeien met hun gevolg. De akkerbouwtak was verlieslatend. Ze bewerkten ruim honderd hectare, meer dan genoeg grond dus, maar ze realiseerden hun economisch potentieel niet. We hebben toen samen een bedrijfsmodel met de juiste schaal gezocht en vragen gesteld. Het is ook belangrijk om te weten dat het zuiden van de Kempen met zijn arme zandgronden geen akkerbouwstreek is. Zonder veehouderij blijven de bodems daar niet vruchtbaar. Voorbij Diest begint dat te veranderen, daar zijn er goeie zandleembodems, die in een gangbare bedrijfsvoering vaak zuiver akkerbouwmatig uitgebaat worden.”

Toen Wervel 25 kaarsjes uitblies in 2015, waren we te gast in de abdij en vertelden de jonge boerin Nathalie en de toenmalige abt ons over hun plannen. De dubbeldoelkoeien, de grasklaver om soja en kunstmest te vermijden, de maatschappelijke betrokkenheid… Hun verhaal klopte

Het ondernemingsplan van een boerderij moet op maat van ieder bedrijf en iedere ondernemer gemaakt worden. Bovendien kiezen de ondernemers daarbij zelf het ontwikkelingspad dat best bij hun eigenheid aanleunt, benadrukt Govaerts. “De helft van de bedrijven die ik begeleid zijn bio-bedrijven, en dat zijn opties die we in Averbode ook allemaal overwogen hebben, zelfs met andere diersoorten en ook een veehouderij gekoppeld aan plantaardige productie voor directe menselijke consumptie. Ze hebben veel krenten uit de biologische pap genomen, maar een volledige overschakeling zag de toenmalige boer en daarmee ook de abdijgemeenschap niet zitten en zeker niet de ontwikkeling in een richting met eventueel gekoppelde plantaardige productie voor directe menselijke consumptie, wat het bedrijfsopzet veel ingewikkelder zou maken. Wel veel inzet van grasklaver in plaats van volop stikstofkunstmest-gebruik, en dubbeldoelkoeien van het Fleckvieh-ras die goed met ruwvoeder overweg kunnen en heel robuust zijn. Ze telen nu ook veldbonen als lokale eiwitbron om soja-import te vermijden. Met het aantal dieren dat ze nu hebben, zijn ze een grondgebonden veehouderij die haar kringlopen kan sluiten.”

Wervel
Ook Steenwegen kan het beamen: “Het is in Averbode dat we met norbertijn Luc Vankrunkelsven als drijvende kracht, in 1990 Wervel opgericht hebben: de Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde landbouw. Toen Wervel 25 kaarsjes uitblies in 2015, waren we te gast in de abdij en vertelden de jonge boerin Nathalie en de toenmalige abt ons over hun plannen. De dubbeldoelkoeien, de grasklaver om soja en kunstmest te vermijden, de maatschappelijke betrokkenheid… Hun verhaal klopte.”

Vankrunkelsven is de oorspronkelijke stikstofstrijder in Vlaanderen. Lang voor er van arresten en depositiewaarden sprake was, kloeg hij de ravage aan van de grootschalige soja-teelt in Zuid-Amerika. De wonderboon is de bron het stikstofprobleem dat via de havens van Antwerpen en Rotterdam wordt aangevoerd. De gevolgen op menselijk en ecologisch gebied zijn er een pak ingrijpender dan het ecologisch wegconcurreren van dalkruid of valse salie. Ook nu nog blogt Vankrunkelsven vanuit Brazilië.

Het blijft opvallend dat de Vlaamse overheid het stikstofprobleem wil oplossen met lokale maatregelen – er wordt zelfs gedacht aan het vergunningsplichtig maken van beweiding – terwijl Europa met het handelsbeleid en het landbouwbeleid de hefbomen heeft voor structurele oplossingen. Door de exploderende prijzen – ook van soja – ziet de voedersector voor het eerst in jaren een verdienmodel om met alternatieve eiwitbronnen zoals insecten, dierlijke reststromen of voederbonen de afhankelijkheid van de transatlantische grondstoffen af te bouwen.

Juridisch robuust?
Bart Van Hulle betwijfelt of de aanpak van de Vlaamse regering juridisch overeind zal blijven. En hij heeft ervaring met processen tegen de overheid. Zijn lokale verkiezingscampagne was gebouwd op een gemeentelijk belastingreglement dat hij aanvocht voor de Raad van State. Hij won en alle ondernemers in Maldegem kregen twee weken voor de verkiezingen honderden euro’s teruggestort. “Veel rode bedrijven hebben recent nog vergunningen vernieuwd, ze hebben positieve adviezen op zak van het Agentschap Natuur en Bos en ze hebben overnemers of jonge bedrijfsleiders zoals in Averbode. Volgens mij zijn dat rationele argumenten. We gaan onze boeren nodig hebben de komende jaren met voedselprijzen die door het dak gaan. Wat stelt minister Demir daar tegenover? Een percentage dat uit een computer is gerold op basis van gegevens uit 2015 die ze niet eens willen delen? Ik weet niet hoe dat voor een rechtbank stand kan houden. Alleen als je een proces kan vermijden, weet je zeker dat iets juridisch overeind blijft.”

Chris Steenwegen deelt de verontwaardiging over hoe Averbode behandeld wordt, maar is terughoudender om voluit de verdediging op te nemen. Bij Groen willen ze liever niet dat de Vlaamse regering het stikstofakkoord weer openbreekt. “Ik wil me niet uitspreken over individuele dossiers, en we weten dat er na de voorlopige stikstofregeling van 2015 nog heel wat vergunningen zijn afgeleverd waarvan je je kan afvragen hoe dit nog mogelijk was. Ik stoor me vooral aan de manier hoe de Abdij nu het deksel op de neus krijgt. En de zeer gebrekkige communicatie daarrond. Naar de toekomst zouden we toch met een breder palet criteria moeten kunnen werken om te kijken welke veebedrijven we als overheid willen steunen en vergunnen. Door alleen te focussen op stikstof dreigen we andere belangrijke aspecten uit het oog te verliezen. Een soort van scorekaart waarmee we een bedrijf zowel op vlak van grondgebondenheid en bodemkwaliteit, van klimaatimpact, van dierenwelzijn kunnen beoordelen.”

Ik wil niet moeten kiezen tussen de natuur en de boeren. Dat een bos of bijkomende heide het einde van uw bedrijf kan betekenen is een vreselijke gedachte

Grote vervuilers?
Volgens Govaerts is de Vlaamse regering te voortvarend geweest in haar communicatie: “Bij de voorstelling van het stikstofakkoord werd er te gemakkelijk gezegd dat de veertig grootste vervuilers zouden sluiten. Dat klopt natuurlijk niet. Het was eerlijker geweest om te zeggen dat men bedrijven ging sluiten die te dicht bij natuur liggen. Bij de vergunningsaanvraag ben ik niet betrokken geweest, maar ik kan maar vaststellen dat er daar afspraken gemaakt zijn en dat men daar nu op terugkomt. Voor hun bedrijfsvoering zijn in ieder geval genoeg rationele argumenten, zowel op ecologisch, economisch als maatschappelijk gebied.”

Au fond gaat het probleem van rode bedrijven breder dan de casus Averbode. Is de keuze om boerderijen bij natuur te sluiten maatschappelijk gedragen, of sluipt ze binnen in de besluitvorming via ambtelijke en technocratische processen? De tekst van de Habitatrichtlijn is vaag, maar de Europese rechtspraak maakt de invulling steeds concreter en onvatbaar voor parlementaire controle. In Nederland toonde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vorig jaar nog aan dat er in de praktijk nagenoeg geen verband is tussen de natuurkwaliteit in de Nederlandse natuurgebieden en de kritische depositiewaarden. Kritische bedenkingen over de accuraatheid van het stikstofmodel worden er door de ambtenarij niet met de Tweede Kamer gedeeld. In het stikstofakkoord van de Vlaamse regering gelden die fameuze KDW’s als absolute maatstaf.

Ook bij de Vlaamse parlementsleden leeft de bezorgdheid dat de kloof tussen landbouw en natuur juist groter wordt. Chris Steenwegen: “ik heb altijd geloofd in een samengaan van landbouw en natuur in een model van verweving. Dat levert de meeste maatschappelijke baten op. De veehouderij heeft wat ons betreft ook in de toekomst een belangrijke plaats in Vlaanderen. Maar hoe die er zal uitzien daar is dringend een breed debat voor nodig.”

Bart Van Hulle is nog kritischer. “Ik wil niet moeten kiezen tussen de natuur en de boeren. Dat een bos of bijkomende heide het einde van uw bedrijf kan betekenen is een vreselijke gedachte. Als we op dit pad verder gaan duwen we natuur en landbouw in een steeds dieper conflict, terwijl ze elkaar net de hand moeten reiken. Dat politiek akkoord is mooi voor de ministers om zich naar hun achterban te profileren, maar ik zou het liefst van al zien dat we ons samen aan tafel zetten een plan uitwerken waar we de komende dertig jaar naartoe willen. En dan samen aan de kar trekken.”

Dit artikel verscheen eerder deze week op VILT.

We would like to say thanks to the author of this write-up for this outstanding content

Uitgebreide reportage over het stikstofdrama van Averbode – Zelf geplante eiken oorzaak einde oude Vlaamse boerderij-abdij? – Foodlog

Travors