Vuist redt het niet tegen hand – En in de economie moet iedereen weer leren bewegen – Foodlog

“De vuist gaat nooit winnen,” aldus Lucas van Houtert, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (2.1). Hij signaleert dat het geven van een hand een ‘stevige comeback’ maakt. In de coronatijd werden het handen schudden en 3-keer-zoenen fluks en als het aan velen lag definitief naar de prullenbak verwezen.

Maar de praktijk is weerbarstig: “Je loopt elkaar tegen het lijf en volkomen automatisch, wonderlijk goed getimed want dit doen we al mensenlevens lang, steek je tegelijk je hand naar voren. Alleen is het bij mij een vuist en bij de ander dus steeds vaker een hand,” schrijft Van Houtert. “O, lachen we. Omdat je contact zoekt en geen confrontatie, pas je je meteen aan. Mijn vuist wordt een uitgestoken hand. Op hetzelfde moment, want nog steeds wonderlijk goed getimed, verandert de hand van de ander in een vuist.”

En dan is het al gauw duidelijk dat de boks terrein verliest. Want de vuist is een defensief gebaar, een uiting van de angst voor besmetting. De uitgestoken hand is in al zijn hartelijkheid offensief en een gevaar. Je kunt de hand niet weigeren omdat je daarmee aangeeft de ander niet te vertrouwen. Daarom kan de vuist er niet tegenop.

Verstarring
Het einde van de coronamaatregelen betekent ook het einde van de coronasteun, schrijft minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens in een brief aan de Tweede Kamer. Veertig miljard heeft het steunmaatregelenpakket de Nederlandse samenleving gekost en hoewel de steunpakketten veel ondernemers hebben gered, moet er een volgende keer beter en gerichter te werk gegaan worden. “We gaan niet automatisch meer kijken naar een generiek steunpakket,” zegt de minister (BNR, 2.4). Zo’n generiek pakket leidt tot een ‘ongezonde dynamiek’. “Mensen zijn vooral op hun plek gebleven. De pandemie heeft verstarrend gewerkt, dus nu willen we iedereen weer in beweging krijgen.”

Meer faillissementen
In België wordt nu al duidelijk wat de gevolgen van die verstarde economie zijn. In het eerste kwartaal zijn in België al 2.439 faillissementen uitgesproken, 48% meer dan in 2021. “En dat is nog maar een begin”, voorspelt bedrijfsinformatiespecialist Graydon in De Standaard (2.2). Dat komt doordat schuldeisers nog terughoudend zijn om een faillissement aan te vragen en omdat nog altijd flink wat bedrijven uitstel van betaling hebben gevraagd en gekregen. Tel daarbij op de schokeffecten van de snelle inflatie, stijgende loonkosten, bevoorradingsproblemen en de gevolgen van de Oekraïne-crisis. Volgens Graydon moeten de eerder genomen maatregelen juist verlengd of verder uitgerold worden, of mogelijk zelfs nog bijkomende maatregelen getroffen worden om de stroom faillissementen te dempen. De zwaarst getroffen sectoren: de bouwnijverheid (460 bedrijven, 40,2% meer dan vorig jaar), horeca (398 faillissementen, +70,8%) en zakelijke dienstverlening (335 bedrijven, +52,3%).

We would like to thank the author of this write-up for this remarkable content

Vuist redt het niet tegen hand – En in de economie moet iedereen weer leren bewegen – Foodlog

Travors